Psychologisch woordenboek: bindingsangst

De term ‘bindingsangst’ wordt door leken vaak onterecht uitgesproken alsof het een serieuze psychologische diagnose betreft. Het Groene Boekje van de psychologie (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) sprak ooit van een ’reactieve hechtingsstoornis’: een ontwikkelingsstoornis bij kinderen die van invloed kan zijn op relaties in het latere leven. Dat is wel even iets andere orde.

De term bindingsangst klinkt nogal heftig en wordt vaak op een veroordelende manier gebruikt, vooral door mensen die er het ’slachtoffer’ van zijn. Die zullen misschien geneigd zijn de term te pas en te onpas te gebruiken als iemand bij nader inzien gewoon niet wil. Sommige mensen zijn inderdaad notoire twijfelaars, maar twijfel ontstaat meestal in de interactie tussen twee personen. Een beetje bindingsangst – je kunt het ook twijfel noemen – is in eerste instantie erg nuttig. Zonder die angst loop je pas echt gevaar. Voor je het weet zit je gevangen in een slecht huwelijk, of ben je zwanger van een malafide crimineel. Het is goed om je niet te snel te binden, totdat je voldoende overtuigd bent.

De meeste ’bindingsangstigen’ hebben moeite zich te binden omdat ze bang zijn mogelijkheden te missen: andere partners, levensdoelen, enzovoorts. Dat is vooral in deze tijd een probleem. Mensen met een perfectionistische inslag kunnen hun leven daten (of wachten op de leukste partner) tot ze een ons wegen. Degenen die graag alle opties willen openhouden zijn meestal jongere mensen die willen weten wat er allemaal te koop is in de wereld. Dit soort bindingsangst neemt snel af naarmate mensen beter weten wat er mogelijk is en welk soort relatie voor hen werkt.

Mensen die van het verleidingsspel houden en er goed in zijn kunnen verslaafd raken aan de oneindige wereld van mogelijkheden. Zo’n verslaving kan wel even duren. Deze ‘succesvolle’ individuen zullen het verwijt ‘bindingsangst’ met een zelfgenoegzame glimlach beantwoorden, het is hun excuus om uit een verhouding te stappen. Als je zo iemand tegenkomt, kun je verwachten dat de twijfel af en toe de kop op zal steken en dat je stevig in je schoenen moet blijven staan. Het jaloeziemonster ligt constant op de loer, al ben je zelf nog zo’n leuke, aantrekkelijke partner.

De bindingsangst waar psychologen over praten is sterker dan normale twijfel. Er zijn mensen die het om een of andere reden moeilijk vinden om hun lot te verbinden aan dat van andere mensen. Ze vertrouwen het gewoon niet. Vaak is dat omdat ze zich in hun vroege kinderjaren niet geborgen en veilig hebben gevoeld bij hun ouders of verzorgers. Zo’n kind zou de diagnose reactieve hechtingsstoornis kunnen krijgen, een ontwikkelingsstoornis die in de eerste vijf levensjaren ontstaat. Een onveilige relatie met de moeder en/of de vader of serieuze verwaarlozing in je kinderjaren drukt een sterk stempel op het basisvertrouwen dat je in mensen hebt. Deze kinderen zijn niet snel vertrouwd en intiem met iemand. Ze zijn vaak erg teruggetrokken of juist overdreven waakzaam. Relaties met anderen zijn doorgaans oppervlakkig en kort. De angst om verlaten te worden of de ander teleur te stellen gaat daar vaak mee samen. Daarom blijven de meesten afstandelijk en zijn anderen juist overdreven aanhankelijk. Deze moeite met intimiteit en het gebrek aan vertrouwen is van invloed op latere liefdesrelaties.

Als zo’n partner niet bereid is hier iets aan te doen ben je zonder beter af. Bindingsangst wordt minder naarmate er veel vertrouwen, ruimte en liefde in een relatie is. Niet iedereen heeft daar het geduld of de persoonlijkheid voor. Door te claimen, verwijten te maken, te veroordelen en deadlines te stellen creëer je over het algemeen geen veilige, intieme sfeer. Waarschijnlijk wel meer angst en afstand.

Bij sommigen zit het niet kunnen binden helaas nog dieper: in de genen. Ze maken het bindingshormoon vasopressine niet aan. Verwacht geen beterschap bij dit type partner. Deze mensen zullen eerder onvermogen dan angst ervaren om zich verbonden te voelen. Sommigen zullen die intimiteit en het bijbehorend vertrouwen ook niet echt missen, ze voelen het gewoon niet. Vasopressine wordt ook wel het monogamiehormoon genoemd. Dat verlaagt namelijk de testosteronproductie en tempert daarmee de neiging om te jagen.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.