Waarom wij slecht zijn in het voorspellen wat ons gelukkig maakt?

Aan de horizon is het altijd mooier en erachter is het nog mooier. Tot je er bent. - Libera B. Carlier, schrijver

Al de hele dag loop je te balen dat je vanavond een etentje hebt bij de nieuwe buren. De mensen die je alleen wilt zien als je een kopje suiker van ze moet lenen. Elke zucht die je slaakt heeft direct te maken met het suffe vooruitzicht dat je na je werk niet gewoon kunt ontspannen, maar dat je je best moet doen om de buren te vermaken. Want je weet zeker: zij zijn saaier dan jij.

Die avond zelf blijkt een aanval op al je vooroordelen. Het valt allemaal reuze mee: het eten smaakt goed. Je buren zijn grappiger dan je had ingeschat. Ze hebben een fijne muziekcollectie. Na een goed gesprek over je persoonlijke problemen moet je zelfs concluderen: je nieuwe buren zijn gewoon fijne, leuke en zelfs wijze mensen. Je kende ze gewoon helemaal niet. Eenmaal thuis – veel later en meer beschonken dan je van plan was – verbaas je je er nog steeds over hoe leuk de avond was. Tevreden val je in slaap.

De moraal van dit suffe verhaal? De mate van geluk die je verwacht te ervaren in een toekomstige situatie, beïnvloedt je geluksgevoel als je daar eenmaal bent. Dit vindt je vast nogal wiedes. De kloof tussen onze gedachten over geluk en het ervaren ervan is mogelijk een stuk bizarder dan je verwacht. Nobelprijswinnaar en psycholoog Daniel Kahneman startte, naar aanleiding van een klein incident met een vriend, een interessante serie onderzoeken om die kloof beter in kaart te brengen.

Eerst het incident. Een vriend van hem had ooit anderhalf uur naar ‘een fantastisch mooi’ klassiek vioolconcert geluisterd en hij was in de zevende hemel. Tegen het einde van de show maakte de violist echter één flinke misser en het krassende geluid dat daar het gevolg van was had direct de hele ervaring van de vriend verpest. Die ging chagrijnig naar huis. Het zette Kahneman aan het denken. ‘Hoe kan één lullig moment – een paar seconden hooguit – de hele ervaring van mijn vriend verpesten?’ De vriend had tot de foute uithaal anderhalf uur intens genoten. De herinnering aan het muziekstuk was verpest, maar de ervaring zelf toch niet? Hij besloot dit fenomeen te onderzoeken.

In de eerste van een serie onderzoeken besloot Kahneman twee pijnlijke medische procedures met elkaar te vergelijken: procedure A duurde een half uur, procedure B slechts een kwartier. Er was echter nog een ander verschil: de intensiteit van de pijn werd in de lange behandeling minder tegen het einde, maar in de korte niet. Kahneman vroeg zich af hoe proefpersonen zich beide procedures later zouden herinneren. De resultaten waren verbluffend. Hoewel de mensen tijdens de lange behandeling in werkelijkheid veel langer hadden geleden (bijna twee keer zo lang), herinnerden deze mensen zich deze behandeling als minder pijnlijk dan de korte procedure. De herinnering aan de lange behandeling was blijkbaar minder traumatisch. Toen proefpersonen moesten kiezen welk van beide procedures zij aan andere patiënten zouden aanraden, kozen ze allemaal voor de meest pijnlijke behandeling.

Kahnemans conclusie na een paar gelijksoortige onderzoeken is dat vooral het eerste en laatste moment belangrijk zijn in hoe je je iets herinnert. De tijdsduur ertussen kun je je niet goed herinneren. (Precies hierom is het nuttig om eerste dates en sollicitatiegesprekken goed te beginnen en af te sluiten). Sinds de ervaring van zijn vriend maakt Kahneman onderscheid tussen twee soorten zelven: het herinnerende zelf en het ervarende zelf.

Het ervarende zelf, zegt Kahneman, dat ben ‘jij, in het hier en nu’. De entiteit die hier en nu iets meemaakt en voelt. Het is degene die antwoord geeft op de vraag: waar voel je de pijn nu? Het herinnerende zelf is de entiteit die het verhaal van ons leven bijhoudt, onthoudt en categoriseert. De strategische planner en monitor van ons leven. Degene die ervaringen met elkaar vergelijkt en besluit wat we in de toekomst wel en niet willen. Het herinnerende zelf ben ‘jij, door de tijd heen, met een verleden en een toekomst’.

Waarom is dit onderscheid zo interessant voor onze zoektocht naar geluk? De discrepantie tussen die beide zelven maakt het moeilijker om in te schatten wat ons gelukkig maakt. Het herinnerende zelf sleept ons ervarende zelf door allerlei ervaringen heen waar het op dat moment niet per se gelukkiger van wordt. We verwachten bijvoorbeeld dat we gelukkiger zijn wanneer we een maandje Hawaii meemaken dan twee weken Camping Bakkum terwijl we in werkelijkheid waarschijnlijk even veel genieten of mogelijk zelfs minder.

Iemand herinnert zich de Hawaii-ervaring bijvoorbeeld als extreem bijzonder en gelukkigmakend (omdat hij daar waarschijnlijk nou eenmaal niet vaker komt dan Camping Bakkum). Maar zijn reispartner maakte hem daar vooral mee als een zeurpiet die klaagde over de jetlag, het vreemde eten, enge beesten, slapeloze nachten als gevolg van de muggen en nostalgie naar Camping Bakkum. Eenmaal thuisgekomen vergat hij dat al snel en liet hij iedereen stralend de foto’s zien van een onvergetelijke Aloha-ervaring. Oprecht zegt hij misschien: ‘Dit was de mooiste vakantie van mijn leven.’ Het was in ieder geval een memorabele ervaring, maar of het de gelukkigste was?

Vaak herinneren we ons exotische ervaringen als gelukkiger dan ze in feite waren. En andersom kan een fantastische reiservaring verpest worden, wanneer iemand na thuiskomst hoort dat haar wijk de postcodeloterij gewonnen heeft, net op het moment dat zij niet had meegedaan omdat ze zo nodig op vakantie ging. Die fijne vakantie wordt ineens gereduceerd tot een traumatische hellereis waardoor zij als enige nu geen miljonair is geworden.

De beperkte vreugde van vooruitgang
Geluk in het hier en nu gaat er dus niet alleen over of het in het algemeen goed met je gaat, maar vooral of het nu beter gaat dan je van tevoren had verwacht. Een element van verrassing – in positieve zin – zorgt voor een geluksgevoel. Hierom kunnen lage verwachtingen inderdaad gelukkig maken. Maar stel eens dat in jouw leven precies gebeurt waar je zo lang op hoopte en voor gewerkt hebt. Je had een droom en daar ben je voor gegaan. Je wilde bijvoorbeeld succesvol muzikant worden en na meer dan tien jaar oefenen, talentenjachten aflopen, oefenen, afwijzingen ondergaan, nog meer oefenen, komt daar ineens je grote doorbraak. Je wordt eindelijk opgemerkt door het grote publiek én alle interessante platenlabels willen jou contracteren. Je allergrootste droom, eentje waarvoor je jarenlang alles opzij hebt gezet, wordt bewaarheid. Wereldfaam als muzikant. Je bent een van de weinige stervelingen die zoiets voor elkaar heeft gekregen.

Hoe lang denk je dat je van dit succes zou genieten? Zou je net zo lang genieten als dat je er voor geknokt hebt, zo’n tien jaar dus? Je weet het antwoord intuïtief best, dat is ‘nee’. Het is waarschijnlijker dat je een paar dagen na het grote nieuws – gefeliciteerd, je hebt je eerste grote contract getekend! – alweer met beide voeten op aarde bent en begint te stressen over een volgende album. Die moet natuurlijk minstens zo goed worden als het vorige.

Zoals Jonathan Haidt in zijn boek The Happiness Hypothesis opmerkt: een grote doorbraak of succes voelt meestal niet veel anders dan wanneer je een hele dag hebt gelopen door de bergen, op veel te warme bergschoenen met een iets te grote backpack, om eindelijk je schoenen uit te trekken, je tas in een hoek te pleuren en vanuit een hangmat je eten te bestellen. Wat we ook bereiken, na dat moment van opluchting en euforie, went ons brein aan de nieuwe situatie en voelen we alweer de impuls om een nieuw toekomstdoel te verzinnen. Ons brein is extreem gevoelig voor kleine verschillen in vooruitgang of achteruitgang als het gaat om het bereiken van specifieke doelen, maar behoorlijk ongevoelig en zelfs onrealistisch als het gaat om het bepalen van een absolute geluksstandaard. Dat laatste bestaat namelijk niet.

De kans is ook aanzienlijk dat al jouw successen je niet bevrijden, maar je slechts tot slaaf van een nieuwe, moeilijker haalbare geluksstandaard maken. Je voelt je als beroemde muzikant waarschijnlijk net zo goed of succesvol als je laatste album. En als jouw laatste meesterwerk een slechte recensie krijgt, voel jij je waarschijnlijk langer klote dan dat je je euforisch zou voelen wanneer je weer eens een lovende recensie krijgt. Precies hierom blijken veel artiesten neurotisch en gespannen bezig hun eerdere successen te evenaren in plaats van vreugdevol en onbevangen aan een nieuw album te beginnen. Op een gegeven moment proberen ze niet alleen aan hun eigen verwachtingen te voldoen, maar aan die van de hele wereld. Ik ken een relatief succesvolle muzikant die inmiddels vaker naar zichzelf aan het googlen is dan dat hij musiceert. Ondanks dat hij voldoende geld met zijn hobby verdient en de vrouwen aan zijn voeten liggen is hij een van de meest ongelukkige, neurotische mensen die ik ken.

Kortom: we zijn geëvolueerd om extreem gemotiveerd te zijn om vooruitgang te boeken, maar niet om er langdurig van te genieten wanneer we dat doel bereikt hebben. Je zou het een truc van ons brein kunnen noemen om onze overleving en voortplantingssucces te garanderen: actief blijven, territorium uitbreiden, de competitie voorblijven, een podium vinden – dat vergroot evolutionair gezien de kans dat wij en ons nageslacht overleven. Op het moment echter dat mensen financiële onafhankelijkheid hebben bereikt (plus het daarbij passende landgoed hebben gekocht) zullen ze zelden langer dan een uur glimlachend achterover leunen. De eerste serieuze vraag die ze zichzelf stellen is meestal iets als: ‘Misschien moet ik dat stuk bos achter mijn huis opkopen om er een pretpark neer te zetten?’

Ik ben niet gelukkig, maar goddank wel gelukkiger dan jij
Daarnaast zijn er nog twee (meestal onvoorziene) gevolgen die de pret van het succes drukken:

1. Het is niet leuk toe te geven, maar de meeste mensen voelen zich gelukkiger als ze het gevoel hebben dat ze het iets beter doen dan hun vrienden en kennissen: juist de mensen met wie ze een band voelen. Dat is niet omdat mensen kwaadaardig zijn. Onze geluksstandaard ontstaat doordat wij onszelf continu met de mensen in onze omgeving vergelijken. Ze meten hun eigen succes en geluk noodgedwongen af aan hun directe omgeving: alleen zo weten ze of ze zelf lekker meedoen en goed op koers liggen. En op die manier zullen ze zich bij tegenslag toch bevoorrecht voelen, als de mensen om hen heen nóg slechter af zijn. ‘Ik ga achteruit in inkomen, maar ik ben tenminste niet wegbezuinigd zoals Dinie.’ Sociale vergelijking is ook de reden dat we ondanks de collectieve rijkdom en luxe van nu niet gelukkiger zijn dan onze voorouders. Wij vergelijken onszelf namelijk niet met hen, maar met onze directe buren, kennissen en vrienden. En we vergeten dat dit sociale decor verandert op de weg naar het succes.

2. Naarmate we dichter bij onze doelen komen, zijn de mensen met wie wij ons dan vergelijken vaak niet meer de mensen met wie wij ons in het begin vergeleken. We krijgen steeds meer te maken met mensen die in het nieuwe wereldje zitten. Als ambitieuze muzikant kom je bijvoorbeeld meer en meer collega-artiesten tegen die ook bezig zijn door te breken of al doorgebroken zijn. Je wordt steeds meer geconfronteerd met mensen die nóg succesvoller zijn dan jij. Jouw successtandaard verandert dus naarmate je dichter bij je doelen komt. Iets wat ongelooflijk bijzonder leek – een album uitbrengen – wordt op een gegeven moment waarschijnlijk doodnormaal in jouw vernieuwde sociale omgeving. Misschien zelfs iets wat je net als je nieuwe vrienden ook gewoon gedaan moet hebben om er überhaupt nog een beetje bij te horen. Als jouw album níet uitkomt ben je extreem teleurgesteld en als het wél gebeurt is het slechts een muizenstap op weg naar een heel oeuvre.

Omdat het sociale decor verandert op de weg naar succes, hebben veel strategische carrièremoves vaak wel een positief effect op de bankrekening, maar zelden op het gevoel van welzijn. Stond je in je vorige bedrijf nog aan de top van de hiërarchische ladder, in het nieuwe bedrijf ben je ineens een nobody, iemand die zich nog moet bewijzen. En dat extra geld blijkt (boven een modaal inkomen waardoor je geen financiële zorgen hebt) volgens onderzoek ook geen cent gelukkiger te maken. Veel mensen zitten, mede hierom, gevangen in een ‘topbaan’ die wel sociale status geeft, maar niet bijdraagt aan hun levensvreugde. Ze werken zich suf, slapen slecht, zijn continu gespannen, en toch voelen ze zich ontzettend vereerd dat uitgerekend zíj deze baan hebben. Een vreemd, maar vaak voorkomend fenomeen, en een prima recept voor uitputting en depressie (één op de acht Nederlandse werknemers had in 2012 last van uitputtingsklachten, waarvan de werkeisen de belangrijkste oorzaak waren).

In plaats van een stap terug te doen, zullen vooral perfectionistische en verantwoordelijke werknemers doorgaan tot ze erbij neervallen. Dit kun je bijna letterlijk nemen. Waarom stoppen deze mensen niet gewoon met hun baan of doen ze een stapje terug? Verliesaversie. We hebben bijna allemaal meer aversie tegen verlies en achteruitgang dan dat we gemotiveerd worden door vooruitgang. Op het moment dat we iets níet hebben, kunnen wij prima zonder datgene leven, maar als wij – zelfs buiten eigen verdienste om – bepaalde voorrechten, status en eigendommen verkrijgen, vinden wij het ontzettend moeilijk om een stap terug te doen.
Naar dit fenomeen is veel onderzoek gedaan. Daniel Kahneman en zijn collega Amos Tversky stelden een grote groep mensen bijvoorbeeld ooit voor het volgende dilemma: je kunt nu ter plekke honderd euro krijgen of je krijgt de kans om die honderd euro te verdubbelen of te verliezen door kop of munt te gooien, wat kies je?’ Hoewel beide opties statistisch gezien gelijk zijn, kozen de meeste mensen voor de veilige optie van honderd euro. Geld verliezen blijkt ongeveer twee keer zoveel indruk te maken als datzelfde geld winnen.

Verliesaversie plus vergelijkingsdrang verklaart waarom mensen verslaafd raken aan lege ‘statussymbolen’ die hen uiteindelijk niet gelukkiger maken. Een vrijstaande villa, een grote auto, een lidmaatschap van een exclusieve club mensen – als we het eenmaal hebben, is dat precies de reden waarom we (paradoxaal genoeg) bereid zijn jarenlang in grote schulden en dagelijkse stress te leven.

Help, rampspoed!
Het wordt nu interessant eens te kijken wat er gebeurt wanneer mensen écht een stap terug moeten doen. Door een tragisch verlies of ongeluk bijvoorbeeld. Wat gebeurt er met mensen als hun ergste nachtmerrie bewaarheid wordt? Bijvoorbeeld doordat ze vanaf hun nek verlamd zijn geraakt door een ongeluk? Dit is, als de beweeglijke sportfanaat die ik ben, een van mijn grootste nachtmerries geweest. Nooit meer sporten, geen seks, zelfs geen wandeling naar het café. Er zijn wereldwijd genoeg mensen die dit rampscenario hebben meegemaakt. Ik denk nu aan de inmiddels overleden Christopher Reeve, de filmster die wereldberoemd werd als Superman in de gelijknamige filmreeks. Hij was een van de meest succesvolle acteurs ooit, totdat een paardrijongeluk op brute wijze een einde aan zijn triomfantelijke carrière maakte. Hij overleefde de val, maar werd na zijn coma gedegradeerd tot pratend hoofd. Zijn lichaam deed niet meer mee.

Een paar jaar later beschreef hij het ongeluk als ‘het allerbeste’ wat hem ooit was overkomen. Wablief? Een intelligente, knappe en rijke filmster noemt zijn verlamming het allerbeste wat hem is overkomen? Je hoeft geen cynicus te zijn om aan die uitspraak te twijfelen. Zou hij zichzelf niet gewoon keihard voor de gek houden om niet zwaar depressief en suïcidaal te worden? Een gevalletje plank voor je hoofd? Of kan het echt zo zijn dat hij een tevredener en gelukkiger mens was geworden? We kunnen niet meer in zijn hoofd kijken, maar gelukkig hebben we de onderzoeksresultaten van Dan Gilbert. Deze psychologieprofessor onderzocht ooit tientallen proefpersonen die ofwel miljonair door de loterij waren geworden of, net zoals Reeve, door een ongeluk verlamd waren geraakt. Twee uitersten. De eerste groep bestond uit de grootste mazzelaars die je kunt bedenken, met meer mogelijkheden en vrijheid dan ooit, de tweede groep uit de grootste pechvogels, met minder vrijheid en mogelijkheden dan voorheen. Hij was razend benieuwd hoe deze mensen zich een jaar later zouden voelen.

De resultaten verbaasden hem nogal. En jou vast ook, als je het onderzoek tenminste niet kent. Tegen zijn verwachting in bleken beide groepen namelijk min of meer weer net zo gelukkig als voor hun ongeluk of winnende lot. In de groep miljonairs verslechterden de intieme relaties zelfs ietwat, wat hun geluksgevoel wat drukte. Waarschijnlijk omdat ze niet meer wisten wie er voor het geld met hen omging en wie niet.

De conclusie lijkt ronduit belachelijk. Het maakt voor je geluksgevoel op de langere termijn weinig uit of je een vreselijk ongeluk krijgt of de lotto wint? Het is haast niet voor te stellen, maar zijn onderzoek is rigoureus opgezet. Natuurlijk zegt dit onderzoek niets over specifieke individuen zoals jij en ik, en het is beter de loterij te winnen dan je nek te breken, maar dit onderzoek is geen toevalstreffer en het klopt met vergelijkbare onderzoeken. De individuele geluksbasis die mensen hebben is – na een periode van ellende of vreugde – veel stabieler dan ze verwachten. Die basis cirkelt rondom een bepaald gemiddelde, wat we in de tussentijd ook meemaken. Volgens Gilbert geven de meeste mensen zichzelf een zeventje en behalve wat pieken en dalen blijft dat min of meer zo. Kortom: we denken dat specifieke situaties ons gelukkig of zwaar ongelukkig zullen maken en we doen er alles aan om die nare situaties te vermijden en die gelukkige situaties na te jagen, maar zelfs als dit mislukt, passen we ons mentaal sneller aan het oude niveau aan dan wij van tevoren inschatten. Hoe kun je deze tegennatuurlijke resultaten eigenlijk verklaren?

Er zijn meer redenen te geven, maar in het kort komt het erop neer dat wij de positieve kanten van negatieve ervaringen en de negatieve kanten van positieve veranderingen onderschatten. Wanneer wij van tevoren aan het overlijden van een dierbare denken, zien we een grijs uitgeslagen lichaam, grafstenen, zwartgeklede mensen met verwrongen, betraande gezichten, een lege ontbijttafel, jammerende kinderen, enzovoorts. Als het drama eenmaal is geschied, ervaart ons ervarende zelf de rampspoed toch iets anders – en waarschijnlijk minder dramatisch – als het herinnerende zelf het zich had voorgesteld. Die is vergeten dat het leven in het hier en nu ook dan gewoon doorgaat, inclusief de leuke dingen: het kopje koffie in de ochtend, een aardige klant op het werk, sporten met een vriendin, een spelavond met vrienden, een warm bad. En we vergeten al helemaal dat er ook mooie kanten aan een drama kunnen zitten: intensiever contact met familieleden, een hereniging met een oude vriend of vriendin, tijd voor oude en nieuwe hobby’s, een nieuwe liefde zelfs.

Andersom verwachten mensen dat hun geluk niet op kan wanneer ze de loterij winnen. Sommigen verwachten zelfs dat al hun problemen in één klap zijn opgelost. Maar als je de loterij wint, kun je nog steeds het slachtoffer worden van de driften van je partner, een rughernia, je dagelijks terugkerende ochtendhumeur, de afwijzingen van een date of potentiële werkgever, enzovoorts. Dat vergeet je op het moment dat je jouw winnende lot verzilvert.

Onze belabberde voorspellende gaven zorgen er ook voor dat veel mensen onnodig in slechte relaties blijven hangen: ze zien alleen (of vooral) de nare aspecten van de breuk voor zich en niet de nieuwe mogelijkheden. Ze zien een halfleeg bed, een moeilijk gesprek met de kinderen, eenzame kerst, een gevoel van falen op het jaarlijkse familie-uitje. In werkelijkheid raken mensen met een gebroken hart er gemiddeld sneller bovenop dan ze hadden verwacht. Het duurt vaak een tijdje voordat we ons referentiekader voor geluk hebben aangepast, maar als dat eenmaal gebeurt, voelen we ons min of meer weer de oude.

De hedonistische tredmolen
Wij lijken vast te zitten in wat psychologen ook wel de hedonistische tredmolen noemen. Hoe hard we ook werken, wat we ook verzamelen, hoe aantrekkelijk de persoon ook is met wie we verkering krijgen, hoe veel boekenkennis we ook hebben, echt veel gelukkiger of ongelukkiger worden we er blijkbaar niet van. Je zou het de tragiek van overambitieuze mensen kunnen noemen dat zij zich blindstaren op geluk in de toekomst en te weinig stilstaan bij de schoonheid van het huidige moment. Want dat is uiteindelijk het enige dat we hebben.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.